Op 3 februari 2026 heeft de Hoge Raad de veroordelingen van een echtpaar wegens medeplegen van ambtelijke omkoping op Sint Maarten in stand gelaten. De man, destijds hoofd van een beheerdienst van een ministerie, en zijn echtgenote werden beschuldigd van het aannemen van steekpenningen in ruil voor het gunnen van aanbestedingen.
Het onderzoek, bekend als 'Ruby', begon in juli 2018 na informatie over onregelmatigheden bij het aanbestedingsproces rondom de vuilnisstortplaats op Sint Maarten. De man werd verdacht van het ontvangen van steekpenningen tussen mei 2015 en augustus 2018. Daarnaast bleek uit het onderzoek dat hij in 2013-2014 misbruik maakte van zijn positie door privéuitgaven via valse facturen te laten betalen door een bedrijf dat de rioolzuiveringsinstallatie beheerde, welke vervolgens werden doorbelast aan het ministerie.
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie veroordeelde de man tot 32 maanden gevangenisstraf en ontzetting uit het ambt voor zeven jaar. De vrouw kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden en een taakstraf van 210 uur. Beiden gingen in cassatie bij de Hoge Raad, die de klachten verwierp en de veroordelingen bevestigde. Vanwege de duur van de procedure werd de gevangenisstraf van de man verminderd tot 31 maanden en de taakstraf van de vrouw tot 200 uur.
Deze uitspraak benadrukt het belang van integriteit binnen overheidsfuncties en de strikte handhaving van anti-corruptiewetgeving op Sint Maarten. Het onderstreept dat ambtenaren verantwoordelijk worden gehouden voor hun handelen en dat misbruik van positie niet wordt getolereerd.