Op 27 januari 2026 heeft de Hoge Raad der Nederlanden de veroordeling van een voormalig Statenlid van Sint Maarten wegens ambtelijke omkoping bevestigd. De verdachte, tevens oprichter en leider van de United Sint Maarten Party (USP), werd beschuldigd van het aannemen van steekpenningen en het deelnemen aan aannemingen of leveranties waarover hij toezicht had.
De verdachte was sinds oktober 2010 lid van de Staten van Sint Maarten en maakte deel uit van de parlementaire commissie voor Toerisme, Economische Zaken, Transport en Telecommunicatie (TEATT). Samen met een zakenpartner richtte hij een bedrijf op dat later aandeelhouder werd in een andere vennootschap. Deze vennootschap sloot op 16 maart 2012 een overeenkomst met een overheidsinstantie voor het beheer van het nummerplan van Sint Maarten, met een jaarlijkse vergoeding van USD 90.000.
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie stelde vast dat de verdachte zijn belang in de vennootschap niet had gemeld op het moment dat de overeenkomst werd gesloten. Bovendien ontving hij vanaf 2014 dividenduitkeringen uit deze constructie. Het Hof oordeelde dat de verdachte, in zijn rol als Statenlid en lid van de TEATT-commissie, toezicht had op de betreffende overheidsinstantie en dat zijn betrokkenheid bij de overeenkomst zijn onpartijdigheid in gevaar bracht.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de verdachte en bevestigde de eerdere veroordeling. Het hoogste rechtsorgaan oordeelde dat het Hof terecht had vastgesteld dat de verdachte deelnam aan aannemingen of leveranties waarover hij toezicht had, en dat hij daarmee zijn ambtelijke positie misbruikte voor persoonlijk gewin.
Deze uitspraak onderstreept het belang van transparantie en integriteit binnen overheidsfuncties. Het bevestigt dat ambtenaren en politici zich moeten onthouden van zakelijke belangen die hun onpartijdigheid kunnen compromitteren. Voor de inwoners van Sint Maarten benadrukt deze zaak de noodzaak van strikte naleving van ethische normen binnen de overheid om het vertrouwen in publieke instellingen te behouden.
Voor meer details over de uitspraak, zie de volledige tekst op Rechtspraak.nl: ECLI:NL:HR:2026:46.